Oceanisch denken

“We moeten groter denken en harder groeien. We moeten expanderen en van Amsterdam een wereldstad maken. De rest van Nederland moet een suburb worden van Amsterdam”. De woorden van de internationale vastgoedadviseur buitelden de woonkamer binnen. Het dorp waarin ik woon kwam me nog onbeduidender voor dan het al was en mijn eigen plaats daarin ook. Ik voelde me ongemakkelijk bij zijn woorden. Tegelijkertijd plopten er allerlei herinneringen uit mijn leven naar boven. Was dit nou wat de directrice van die school bedoelde toen ze twintig jaar geleden zei: “we moeten oceanisch gaan denken”. Ik hoor het haar nog zeggen, zonder blikken of blozen: “we moeten als school oceanisch gaan denken”. Dat oceanische denken riep toen al onmiddelijk vragen bij me op en ik zag een beeld van mezelf al zwemmend in die grote oceaan. Ik zeg het maar eerlijk, ik heb er geen aanleg voor, voor oceanisch denken. Hoe hard ik mijn best ook doe, er komt altijd een punt waarop ik verzuip.

Gelukkig schoten jeugdherinneringen aan mijn tante Bas me te hulp. Als ze bij ons op bezoek was en we met zijn allen televisie keken kon ze geamuseerd toekijken wanneer er mannen met grote woorden op de beeldbuis verschenen. “Heurt ‘m” (hoor hem) zei ze dan tegen mij met pretogen. En als het zo uitkwam wees ze me tussen neus en lippen door op het te krappe maatpak van een van de heren of de wijduitstaande oren. Zelf was ik in mijn jeugd nogal snel onder de indruk van die mannen die zo overtuigend en zelfverzekerd overkwamen. Ze wisten zo goed waar het heen moest met alles. Het heurt ‘m van mijn tante Bas relativeerde enorm. Na de herinnering aan tante Bas verdween mijn ongemak als sneeuw voor de zon.

Onwillekeurig kwam de stad Eindhoven in beeld. Vanuit Eindhoven had me nog geen vorm van oceanisch denken bereikt, terwijl die stad toch ook een belangrijke internationale rol speelde. Ik moest terugdenken aan het you tube filmpje over Eindhoven waarin interviewers aan toevallige voorbijgangers vroegen: “wat is het wonder van Eindhoven?”. Een vrouw antwoordde daarop na enige aarzeling: “Onze Nol, dat ie nog leeft”. Met genoegen kwam haar antwoord me weer voor de geest. En dankzij al deze herinneringen kon ik na het optreden van deze internationale vastgoedadviseur weer mijn eigen plaats bepalen in het grotere geheel. Waar herinneringen en een internationaal vastgoedadviseur al niet goed voor zijn…….